De constructieve journalist

02-11-2016

Heeft constructieve journalistiek de toekomst? Oplossingsgericht en positiever berichten? Gisteravond vond er een debat plaats in Leeuwarden

Constructieve journalist

 

Moet je als journalist oplossingen aandragen voor maatschappelijke problemen? Moet je van tevoren nadenken wat de impact van je artikel of interview zal zijn? Moeten we ons als journaille niet vaker de vraag stellen: “Wat nu?” Die vragen wierp Eva Vriend gisteravond op in de Bak in Leeuwarden. Daar kwamen zo’n kleine 30 belangstellenden af op een avond over constructieve journalistiek.

Vriend is oud-journalist van de Leeuwarder Courant en docent aan Hogeschool Windesheim.

 

Vriend gaf het voorbeeld van de Twentse Courant, die de berichtgeving centreert rond een aantal vaste thema’s. Lezers worden meer betrokken bij de keuze van onderwerpen. En er wordt gelet op de koppen. Zijn ze constructief? Kun je het woordje “strijd” misschien vervangen door een ander woord?

Het is interessante kost voor journalisten die nog niet zo lang geleden vrij hautain zelf bepaalden wat de lezer moest lezen. Zelf vroeg ik me af of je je als journalist niet moet beperken tot informeren, duiden en het geven van feiten en achtergronden. En als je stuk gevolgen heeft – bijvoorbeeld acties, Kamervragen – dan is dat prima. Maar zelf zou je daartoe niet het voortouw bij hoeven nemen.

Toch zou de journalistiek het roer moeten omgooien en oplossingsgericht moeten schrijven, is de mening van Catherine Gyldensted, die doceert aan de school voor journalistiek in Zwolle. In een interview met Trouw van 2 februari dit jaar schrijft ze dat media natuurlijk een waakhond van de macht moeten zijn. Maar, zo zegt ze, “schrijf je als je iets door onthullingen hebt afgebroken ook hoe het weer kan worden opgebouwd?” Bij constructieve journalistiek is dat namelijk een “wezenlijk onderdeel”, aldus Gyldensted. Oplossingsgericht, activistisch en positiever. De media berichten nu over de zaken die afwijken, maar die niet per definitie met de werkelijkheid overeenkomen. Door berichten over corruptie en armoede in Afrika, blijven zaken die goed gaan onderbelicht. Ons beeld van Afrika zou daardoor 30 a 40 jaar achterlopen op de werkelijkheid, zegt Gyldensted.

 

Vriend stelde dat media die wel constructief zijn, geen abonnees meer verliezen. Ze wees op de Twentse Courant en De Correspondent. Dat is natuurlijk een interessante. Ze gaf als voorbeeld hoe De Correspondent lezers (leden genoemd) opriep met vluchtelingen in contact te treden. Zo’n 1.500 mensen gaven hieraan gevolg. Ze gaan eens per maand afspreken met een Nieuwe Nederlander, hoe die het verblijf in ons land ervaart.

En uit Friesland kwam het voorbeeld van hoe Omrop Fryslân een jongen uit Harlingen hielp aan een beenprothese. De verzekeraar vergoedde die niet en door berichtgeving hierover kwamen mensen voor hem in actie.

Een ander voorbeeld gaf Ate de Jong, die een artikel uit de Leeuwarder Courant aanhaalde van afgelopen zaterdag. Daarin kwamen de ouders aan het woord van een 20-jarige jongen die een eind aan zijn leven had gemaakt, omdat hij voortdurend gepest werd. In een brief die hij achterliet en waaruit de krant citeerde, had hij de namen van zijn pesters genoemd. Het lijkt mij dat die zich niet zo prettig hebben gevoeld toen ze het artikel lazen. De Jong suggereerde dat er een mooi vervolgartikel in zou zitten, waarin deze mensen aan het woord zouden komen.

Vriend opperde dat er vooral ook naar de context moest worden gekeken. Hoeveel zelfmoorden vinden er plaats in Friesland, in Nederland? In de rest van Europa? Neemt het aantal toe of af? Het is de context die ertoe doet. Ook voor het NRC moet ik zaken duiden. Als ik een artikel schrijf waarin ik drie mensen tien jaar na dato opnieuw interview over hun verhuizing naar het platteland, moet er een stuk bij over hoeveel mensen de stad verruilen voor het platteland. En of het er meer of minder worden. Dat lijkt mij vrij logisch, anders blijven berichten en artikelen op zichzelf staan. Maar het is wel iets van de laatste tijd.

Toch zet ik ook nog wel wat vraagtekens bij constructieve journalistiek. Want het is de taak van een journalist om tegels te lichten en misstanden aan de kaak te stellen. Oplossingen kunnen worden aangedragen door het interviewen van mensen die oplossingen hebben.

Maar misschien is dit wel “old schooljournalistiek”.

Persoonlijk vind ik dat je als journalist wel degelijk onderwerpen op de agenda kunt zetten die er volgens jou toe doen. En die burgers ook zo voelen. Een mooi voorbeeld hiervan is het thema “landschapspijn”. Journalist Jantien de Boer van de Leeuwarder Courant voelde die pijn als ze naar het monotone raaigrasveld in Friesland keek van waaruit al de soortenrijkdom aan weidevogels de afgelopen decennia is verdwenen. Veel meer Friezen bleken die pijn te delen. Er kwam een discussie op gang en de LC werd overstelpt met ingezonden brieven. Ook werd er een bijeenkomst in de Harmonie georganiseerd waar de Engelse bijenprofessor Dave Goulson en vogelprofessor Theunis Piersma spraken. Er werd nagedacht over oplossingen. De Boer schrijft binnenkort een pamflet waarin ze dieper op de materie ingaat. Zelf schreef ik in het NRC over de landschapspijndiscussie die in Friesland woedt, waarop ook Nieuwsuur het onderwerp voor het voetlicht bracht.

 

Waarom ben je journalist geworden? Was het uit idealisme? Ook die vraag werd gisteravond gesteld. Zoals je vroeger geëngageerde literatuur had, had je in de jaren zeventig geëngageerde journalisten. Bij mij was dat in eerste instantie niet zo. Ik wilde graag schrijven, omdat ik dat heerlijk vond. En ik vond en vind mensen en onderwerpen interessant. En natuurlijk was en ben ik nieuwsgierig van aard. Ik wilde lezers informeren en hen een “leuk stukkie” laten lezen. Een artikel waarin ze meer te weten zouden komen over het onderwerp, de problematiek, de misstanden. En door over die misstanden te schrijven zou daar mogelijk iets aan veranderen.

Maar moet ik actiejournalistiek bedrijven, positiever berichten en zelf het voortouw nemen bij het bedenken van oplossingen? Daar heb ik aarzelingen bij. Wat nu?