Oorlogszone in Friesland

07-04-2017

Het Friese cultuurlandschap gaat kapot, zegt schrijver Geert Mak. Veel burgers hebben landschapspijn. Maar er zijn ook lichtpuntjes.

 

De bus tuft door de Friese weilanden. Bij Bartlehiem passeert hij een nieuw aangelegd modern stallencomplex. “We naderen de oorlogszone”, waarschuwt schrijver Geert Mak. De nieuwbouw is zonder gevoel voor het Friese landschap neergezet, stelt hij vast. “Je vraagt je af waar Hús en Hiem was”, spot hij. Mak is bekend van bestsellers als “Hoe God verdween uit Jorwerd” en “In Europa” en uit al enkele jaren stevige kritiek op het provinciaal bestuur in Friesland.

Zijn oordeel is snoeihard: het Friese cultuurlandschap is kapot geslagen en de overheden doen er niets tegen. ”Er worden tientallen miljoenen uitgegeven aan toeristische fiets- en wandelroutes, maar niets aan de bescherming van het landschap.” Die grote veestallen in het weidse, vlakke landschap zijn hetzelfde als wanneer je een hoge flat aan de Herengracht neerzet. “Het Friese landschap is cultuurgoed net zoals de Amsterdamse grachtengordel.” De schaal van de gebouwen en het materiaal deugen niet. Waarom stelt de Friese overheid geen eisen aan de bouw van deze megastallen? vraagt Mak zich af. “Waarom wordt er geen beleid op gevoerd?” Hij hoopt dat het onlangs verschenen boek Landschapspijn van journaliste Jantien de boer uit Leeuwarden daartoe een aanzet zal zijn.

 

Zo’n 20 deskundigen en journalisten reden deze week op uitnodiging van De Boer mee. Deze week verscheen haar pamflet Landschapspijn, waarmee ze het verlies aan biodiversiteit in het Friese landschap aan de kaak stelt. De kleurige, kruidenrijke weilanden zijn verdwenen en al wat er rest zijn groene biljartlakens bestaande uit saai raaigras. En dat doet pijn. Omdat kleuren vervagen en geluiden wegsterven. Burgers voelen landschapspijn. Weidevogels zitten er steeds minder: de Friese weilanden zijn de afgelopen jaren getransformeerd tot een agrarisch industrielandschap waaruit al het (bodem)leven lijkt verdwenen.

In de bus zitten onder anderen de net geridderde trekvogelecoloog Theunis Piersma uit Gaast, de jonge biologische boer Jaring Brunia uit Raerd, bioloog en wormenonderzoeker Jeroen Onrust en architect Rein Hofstra uit Grou.

Veehouder Willem Spoelstra (63) heeft een gangbaar bedrijf bij Hallum. Hij meent dat er nog genoeg in het landschap te zien is. Ook tegenwoordig nog. Hij houdt 70 koeien op 43 hectare land. Op 6,5 hectare daarvan maait hij later om de weidevogels een kans te geven hun kuikens groot te brengen. Zijn koeien produceren 9.000 liter per koe per jaar. Als hij extensief zou boeren zou dat 5.000 liter zijn. Hij zou daarmee een derde van zijn inkomen inleveren. Maar als de consument bereid zou zijn daar meer geld voor te betalen, zou hij omschakelen. Want diep in zijn hart, geeft Spoelstra eerlijk toe, vindt hij het kruiden- en kleurrijke weiland van weleer ook mooier.

 

Omega 3

Jaring Brunia, genomineerd als beste natuurboer van Nederland, houdt 60 koeien. In een afgeschermd stuk bij zijn boerderij in Raerd hebben twee koeien in het stro gekalfd. De diertjes liggen hulpeloos bij de moederkoe. “Mijn koeien laat ik alleen in het voorjaar kalveren. De kalfjes zijn dan ook sterker dan die in de winter worden geboren. Van 5.000 liter per koe per jaar kan hij goed bestaan. “Grazende koeien die kruidenrijk gras eten leveren melk die meer van het gezonde omega 3 bevat.”

Brunia (31) is boerenzoon maar besloot het helemaal anders te gaan doen. Hij laat een film maken over zijn manier van boeren, die hij op zijn site “echt boeren” noemt: kleinschalig, zonder allerlei vervuilende input van buitenaf. Zijn doel: een biodiverse boerderij, “waar kalfjes weer bij hun moeder mogen drinken en waar een speciale plek is voor weidevogels.” Met het beweiden van zijn vee verdient hij geld, legt hij uit. “Vijf keer per dag verplaats ik de grazende koeien in de wei. Ja, dat is arbeidsintensief, maar dat is het enige werk wat ik te doen heb.” Omdat hij biologisch boert, spaart hij kunstmest en bestrijdingsmiddelen uit.

 

Klimaatverandering

Ook veehouder Murk Nijdam uit Wommels boert extensief. Zijn landerijen hebben de grootste vogeldichtheid aan grutto’s. Er broeden jaarlijks 90-100 broedparen op 40 hectare. Via een elektrisch bootje komen we bij de vogelkijkhut, van waaruit je een magnifiek uitzicht hebt op een grote plas, waar tientallen grutto’s in het water pikken, paren of gewoon staan. Nijdam maait later, liet de afgelopen jaren twee plasdrasgebieden aanleggen en rijdt alleen stalmest uit over het land. Ook het waterpeil werd verhoogd. Veel mensen, ook uit het buitenland, bezoeken Nijdams boerderij. Het zijn voornamelijk vogelaars en fotografen die de grutto’s vanuit de vogelkijkhut van dichtbij willen zien. Behalve grutto’s vliegen er ook zo’n vijftien veldleeuwerikpaartjes en zomertalingen boven zijn land. Nijdam zegt dat een extensieve boer evenveel kan verdienen als een gangbare. “Ik hoef niet groter te worden.” Maar toch: in 2013 werden er zo’n 100 gruttokuikens groot. In 2015 30 a 40, maar vorig jaar slechts vier. Hoe kan dat? Predatie is er niet of nauwelijks in zijn weiland. Nijdam vermoedt dat het aan het geringe aantal insecten ligt. Mogelijk speelt de opwarming van de aarde een rol, vertelt hij. “Bij warme dagen gaan insecten eerder de lucht in, zodat de gruttojongen verhongeren. Piersma en zijn studenten gaan het onderzoeken. “Predatie krijgt de schuld, maar het klimaat speelt een veel grotere rol,” aldus Nijdam.