Hoe het klooster verdween uit Jorwert

04-09-2017

De droom van Ds. Wagenaar uit Jorwert komt uit. In 2020 moet het protestantse klooster Nijkleaster in gebruik zijn. Niet in Jorwert zelf, maar een kilometer verderop in Hilaard. Een aantal Jorwerters zag een stiltecentrum in de dorpskom niet zitten.

Door onze correspondent

Karin de Mik

Jorwert. Het is doodstil op straat in Jorwert, waar een weifelend zonnetje door het wolkendek breekt. Op een aanplakbord bij de kerk hangt een klein, verweerd affiche van D66 en een al fletse reclamefolder voor ambachtelijk vlees. De glazen deur van de kerk is open. Daarbinnen is het al even stil. In de koffiekamer hangen vilten doeken met daarop de woorden (in het Fries) “stilte, ferbining, besinning.”

Vijf jaar geleden werd ds. Hinne Wagenaar (55) predikant van de kerkelijke gemeente Westerwird, waar Jorwert met Bears, Weidum en Mantgum deel vanuit maakt. Het werd een van de bijna 100 pioniersplekken van de protestantse kerk in Nederland. Een plek waar nieuwe vormen van kerkzijn in een seculiere maatschappij vorm krijgen. Wagenaar noemde zijn plek Nijkleaster. “Er is veel behoefte om bezig te zijn met zingeving en spiritualiteit,” zegt hij. Hij organiseerde met zijn vrouw Sietske Visser kleine vieringen in de dorpskerk en wekelijkse “pelgrimswandelingen” (kleasterkuier) in stilte door het landschap. Na afloop werd er gegeten in de kroeg van Jorwert. “Kerk, kroeg, klooster”, was het motto. Want dat was Wagenaars droom: een protestants klooster. Een concrete plek waar mensen zich in alle rust kunnen terugtrekken en op adem kunnen komen. Maar ook waar ze elkaar ontmoeten.

Die plek is er nu. Niet in Jorwert zelf, maar een kilometer verderop buiten Hilaard. Een grote, oude vervallen kop-hals-rompboerderij wordt verbouwd. Een smal betonweggentje leidt erheen. De pleats is een jaar onbewoond en oogt vervallen. Binnen onder de oude, houten binten lichtten Wagenaar en Henk Kroes (voorzitter van de Stichting Nijkleaster en oud-Elfstedenvoorzitter) de plannen toe. Er worden gastenverblijven buiten op het erf gebouwd en twaalf woningen voor toekomstige vaste bewoners. “Dit moet een plek van plezier, regelmaat en gebed worden. Geen vormingscentrum waar wat gebeurt, maar een geloofsgemeenschap. Een soort woongroep, die twee keer per dag een ochtend- en avondgebed houdt. En nee, geen celibaat.” Zelf gaat hij er ook wonen. Een aan te leggen wandelpad, door het weiland, brengt de moderne pelgrims naar Jorwert. Om de weidevogels in het vogelbroedseizoen rust te gunnen wordt er ook een vaart gegraven, zodat het klooster ook per boot bereikbaar wordt.

In Jorwert zijn de bewoners er verdeeld over het feit dat Nijkleaster niet in het terpdorp zelf komt. Zo’n twee jaar geleden had Wagenaar een andere boerderij op het oog, pal tegenover het dorpscafé. Een stilteklooster: kin dat wol yn ús doarp? (kan dat wel in ons dorp) vroeg een deel van de dorpelingen zich af. “We waren bang dat we er rekening mee moesten houden tijdens de jaarlijkse kermis of het iepenloftspul (het jaarlijkse openluchtspel red.), vertelt Ymkje van der Heide (59) in haar knusse keuken. Ze is een van de weinige geboren Jorwerters die nog in het dorp wonen. “Wij hebben niks op de kerk tegen, maar hij moet niet de overhand krijgen.” Oud-voorzitter Douwde de Bildt (65) van Dorpsbelang blikt in zijn woonkamer terug op het proces dat hij begeleidde voor de locatie van het klooster in de dorpskern. Aanvankelijk viel het plan goed. Het ging mis toen enkele dorpelingen lucht kregen van de geplande bouw van zes woningen aan de zuidkant van het dorp, bij het geplande klooster. De Bildt: “Volgens het bestemmingsplan mag er alleen aan de noordkant gebouwd worden.” De rapen waren gaar. “Die “finen” (Fries voor gereformeerden) “sille op é súdkant” bouwen. Gevloek. “Het ging van dik hout zaagt men planken.” Nijkleaster trok het plan in. Er volgden nog diverse keukentafelgesprekken, begin vorig jaar. Daaruit bleek dat er onvoldoende steun was. Wagenaar trok zijn plan in. “Een plek moet je toekomen,” vindt hij. Dat schrijver Geert Mak ook zijn vraagtekens zette bij een stiltecentrum middenin het dorp, deed Wagenaars zaak ook geen goed, vermoedt De Bildt. Mak schreef ruim 20 jaar geleden zijn klassieker “Hoe God verdween uit Jorwerd”, waarin het Friese dorp model stond voor de verdwijnende voorzieningen op het platteland. Toch vinden sommige dorpelingen het jammer dat het klooster niet in Jorwert zelf zal staan. Zoals boerin Nina Schaper. “Voor het doel, stilte en rust, is de plek in Hilaard perfect. Maar de verbinding met het dorp is nu weg en dat is jammer.” Wagenaar: “In Jorwert zelf zouden we als klooster meer wisselwerking hebben gehad met de Jorwerters,”, denkt hij. “Maar onze nieuwe locatie is meer een plek van retraite.” Dat vindt ook een van de toekomstige bewoners Jelle Waringa (45), doopsgezind predikant. Hij gaat met vrouw en drie kinderen naar Nijkleaster verhuizen. “Ik hou van stilte en ruimte. Hier is geen afleiding, zoals in Jorwert, waar je even de kroeg in kunt.” Waarom hij toetreed? “De eerste helft van mijn leven heb ik geleefd zoals anderen. Nu wil ik een ritme van stilte en bezinning en dat kan beter in een geloofsgemeenschap. Al verklaart onze puberdochter van 15 ons voor gek. Jij bent verslaafd aan God, zegt ze.”

 

(NRC Handelsblad 4 september 2017)