Alex O. : "Ik ben onschuldig"

01-12-2016

Alex O. (51), verdacht van bedreiging en afpersing van Jumbosupermarkten, stond vandaag in hoger beroep voor het gerechtshof in Leeuwarden. Het was een regiezitting. ZIjn advocaat wil aanvullend onderzoek. Alex O. pleitte onschuldig.

"Ik ben onthutst, boos en woest". Alex O. (51), ook wel bekend als de "Jumbo-afperser" praat snel en geagiteerd. Hij zat vanmorgen 1 december tegenover de leden van het gerechtshof in Leeuwarden. O. is in hoger beroep gegaan tegen de door de Groninger rechtbank opgelegde gevangenisstraf van acht jaar. Dat was in juli dit jaar.

Hij wordt verdacht van het meermalen afpersen van Jumbo-supermarkten in Groningen en Zwolle tussen mei en oktober 2015, van een poging een explosief tot ontploffing te brengen bij een andere Jumbo in Groningen in mei 2015 en van het daadwerkelijk laten ontploffen van een bom bij weer een ander filiaal. De rechtbank achtte overtuigend bewezen dat Alex O. de dader is.

De verdachte is het hier niet mee eens en ging in hoger beroep. Alex O. is een kleine man. Hij draagt een ietwat vale coltrui met elleboogstukken en een spijkerbroek. Hij begroet zijn zoon op de publieke tribune. De zaak wordt vandaag niet inhoudelijk behandeld. Het betreft een zogeheten regiezitting.

Als raadsheer Janny Dolfing hem vraagt of hij iets toe te voegen heeft aan de tenlastelegging brandt O.los. Hij praat snel: "Ik ben volledig onschuldig. Ik heb Jumbo niet afgeperst. Alle onderzoeken van het NFI ondersteunen mijn verklaring. Ik ben het absoluut niet geweest. Ik heb nooit bitcoins ingewisseld. Elf van de 21 mensen die zijn gehoord herkennen mij niet op het filmpje."

Camerabeelden bij een van de Jumbo's tonen een man, die de verdachte zou zijn. Maar die man heeft een apart "loopje" en dat heeft O. niet, onderstreepte zijn advocaat eerder.

Zijn advocaat Tjalling van der Goot wil aanvullend onderzoek. In de eerste plaats naar de mogelijkheid  van overdracht van DNA. Op een postzegel van een brief die bij een Jumbofiliaal in Zwolle binnenkwam bleek DNA van O. te zitten. Het Openbaar Ministerie vindt dit belangrijk bewijs. Maar O. ontkent de verzender van de brief te zijn. Hoe zijn DNA daarop komt weet hij niet. "De rechtbank eist een verklaring van mijn client. Maar dat is een mission impossible voor hem. Hij heeft simpelweg geen verklaring voor het feit dat zijn DNA erop zat. Huidschilfers zijn gemakkelijk overdraagbaar." Maar het OM op zijn beurt vindt het weer vreemd dat O. niet weet hoe zijn DNA op de postzegel terechtkwam. 

In de tweede plaats vraagt Van der Goot nader onderzoek naar de soldeertin die is gebruikt op een bombrief. Het onderzoek van het NFI is gebaseerd op "een onderzoekje" en geeft geen representatief beeld. Het heeft 131 monsters genomen, maar niet duidelijk is of er regionale verschillen zijn in soldeertin. "Er zijn 10 tot 15 verschillende soorten met verschillende samenstellingen." Nader onderzoek is geboden, vindt hij.

Advocaat-generaal Henk Dijkstra vindt zo'n onderzoek overbodig. "De bal ligt bij de verdachte om aan te tonen dat de aannames van het NFI niet kloppen."' De samenstelling van soldeertin is in het hele land hetzelfde. Er zijn 18 chemische elementen aangetroffen op de bombrief en in de koffer van de verdachte."

Ook nader onderzoek naar overdraagbaarheid van DNA is overbodig, meent de aanklager, "zolang de verdachte geen plausibele verklaring heeft hoe zijn DNA onder de postzegel terecht is gekomen."

O. krijgt nog het laatste woord. "Bij het DNA is sprake van mengprofielen. Er is van drie mensen DNA aangetroffen. Twee worden als onschuldig aangemerkt/ Waarom ben ik niet een van die twee? Er wordt naar mij toegeredeneerd. Er moet een expert naar kijken."

Het hof doet op 15 december uitspraak over eventueel aanvullend onderzoek.

O. verlaat de zittingszaal en groet zijn zoon opnieuw. De zaak wordt voor onbepaalde tijd, maar maximaal drie maanden, aangehouden.